Na mijn coma ongeluk voelde ik me soms erg droevig. Ik piekerde dan over het leven en wat mijn plaats in dit leven zou kunnen zijn. Vaak zat ik naast de waterkant en staarde ik in de donkere diepte van het water, waarbij ik probeerde te ontdekken wat er zich daar afspeelde. Soms gooide ik een steentje in het water. En dan keek ik of er iets was veranderd. Meestal gebeurde er echter niets. De visjes zwommen heen en weer. Het zand kwam langzaam omhoog. Een lichte trilling voltrok zich door het water. En daarna zakte het langzaam weer terug. Er was niets dan de donkere diepte van de Kralingse Plas, waarvan ik nooit in staat zou zijn om deze te kunnen doorgronden. De mysterieuze onderwaterwereld met zijn grote diversiteit aan plantjes, visjes en andere kleine diertjes kent zijn eigen spelregels.

Ik had moeite met mijn dag- en nacht ritme, was erg vermoeid, kon me niet goed concentreren, was snel geprikkeld en mijn motoriek was niet zo heel erg goed. Hierdoor liet ik soms opeens mijn schooltas, koffie of andere dingen op de grond  vallen en had ik erg veel moeite met de oefeningen in de gymnastiekles. Op dit moment werd er nog niet zoveel gesproken over depressie, maar als ik eraan terugdenk, dan denk ik dat ik dit op dit moment zeker wel heb gehad.

Sommige van de volwassen mensen in mijn omgeving noemden mijn gedrag “Prinsessengedrag. Ik zou, ondanks mijn nog steeds niet geheel van het coma ongeluk herstelde, slecht uitziende uiterlijk een verwend, egocentrisch en barbiepopperig paardrijmeisje uit Kralingen zijn. ‘Een Prinsesje,’ dat overgevoelig was en geen doorzettingsvermogen had. En daardoor verder niets kon of wilde. Ik had volgens hen gewoon meer discipline nodig! Ik zou als tienermeisje meer met mijn uiterlijk, make-up, kleding en jongens bezig zijn, dan met andere, meer belangrijke dingen, zoals mijn huiswerk maken.

princess-733921_1280

Niets was echter minder waar. Ik was op dit moment daar veel te nerderig, stuntelig en onhandig voor. Ik was ook nog steeds wel zo overijverig dat ik op dit moment, ondanks dat ik meestal te vermoeid was om naar school te gaan, als het om cijfers gaat meestal nog steeds een negeneneenhalf gemiddeld stond. Het leek echter alsof niets meer echt belangrijk was. Mijn cijfers, de docenten, het lesprogramma, het was alsof het er niet echt meer toe deed. Het leek op eens allemaal zo oppervlakkig, nietszeggend en betekenisloos.

Er is geen les op school over hoe je omgaat met de dood, het noodlot of de vergangkelijkheid. Terwijl ik het op dit moment als tienermeisje graag wilde hebben over de diepere betekenis van het leven. Meer in filosofische, levensbeschouwende en misschien kunstzinnige of artistieke zin. Ik had hier als kind behoefte aan, om de plotselinge onverwachte wendingen die het leven in mijn geval had gemaakt een plaats te kunnen geven.

Pas vele jaren later, tijdens mijn studie filosofie kreeg ik van Jos de Mul (auteur van het boek De Domesticatie van het Noodlot) college over de manier waarop we binnen de westerse samenleving omgaan met het noodlot. Pas vanaf toen heeft deze levensbedreigende ervaring van het coma ongeluk, ook emotioneel en spiritueel gezien bij mij een plaats kunnen krijgen.

Op deze manier kun je van een dergelijke ervaring ook groeien als persoon en kan je van de crisis een waardevolle leerervaring maken waardoor het een positieve bijdrage levert aan de vorming van jouw eigen, persoonlijke identiteit.

Ik vroeg me destijds telkens maar weer opnieuw af of ik niet eigenlijk  beter dood had kunnen zijn. Als het vanuit een onzichtbare hand die alles regelde zo bedoeld was, waarom was er dan een kracht in het universum geweest die een reddingsactie op touw had gezet om mij alsnog als een schaduw van wat ik eerst was geweest in leven te houden. EMDR traumatherapie voor kinderen was er destijds nog niet ik heb dan ook geen therapie gekregen over hoe om te gaan met een dergelijk proces van verlies en rouw naar een ernstig coma ongeluk.

Je bent na een dergelijke traumatische of misschien ook wel bewustzijnsverruimende ervaring eigenlijk jezelf kwijt geraakt en daardoor weet je niet meer wie je bent. Door dit gebrek aan zelfbewustzijn ben je erg kwetsbaar en een gemakkelijke prooi voor mensen die het in zijn algemeenheid niet zo goed met je voor hebben of die hun eigen lage zelfbeeld en paniekerige gevoelens van faalangst, mislukt zijn en overbodig zijn op jou willen projecteren.

Verder heb je ook mensen die gewoon kwaadaardig zijn en niet van kinderen houden, maar die voor het machtsgevoel wel voor de klas gaan staan. Het type, naar wat ik las uit de reacties op mijn vorige blog, nog steeds bestaan. De leerkracht met een  narcistische persoonlijkheidsstoornis, die dus overigens niet alleen voorkomt bij politic, topmanagers, chirurgen en wetenschappers, maar ook bij verpleegkundigen, leerkrachten en maatschappelijk werkers. Een kenmerk van een persoon met deze narcistische persoonlijkheidsstoornis is dat hij of zij een hekel heeft aan kwetsbare, gehandicapte kinderen. Zaken als gevoelens, kwetsbaarheid menselijke tekortkomingen  en rekening houden met anderen zijn voor deze mensen een vies woord.

De hele avond had ik tot laat gestudeerd op mijn Engelse woordjes. Het inpakken van mijn tas ging s’ochtends echter niet zo handig door mijn motorische problemen (als gevolg van het coma ongeluk)  en daardoor was ik de volgende dag mijn Engelse boek vergeten. De leraar Engels vond het nodig om hier, waar heel de klas bij was, ‘vernederende’ grappen over te maken. Hij dacht er echter niet aan om uit te zoeken waarom het mij op dertien jarige leeftijd niet lukte om mijn tas goed in te pakken en de juiste boeken er netjes in de goede volgorde in te stoppen. Wel werd ik zonder pardon uit de klas verwijderd omdat ik mijn schoolboeken voor deze dag niet bij me had.

Pas vele jaren later zou ik een revalidatiebehandeling krijgen in de Sophia Revalidatiekliniek in Den Haag. Een behandeling die nu vele jaren heeft geduurd, doordat dingen zich hadden opgestapeld, terwijl als deze direct na het coma ongeluk had plaatsgevonden het waarschijnlijk op zijn hoogst vier of vijf maanden zou hebben geduurd. Het is zowel psychologisch, financieel als sociaal een erg lastige periode geweest, omdat ik alles uit het verleden weer opnieuw over me heen kreeg.

Dit met dank aan mensen als deze leraar Engels die zich niet interesseerden voor het waarom en wat de mogelijke oorzaken waren voor mijn gedrag van dat moment en zomaar kritiek durfden te uiten.  Mensen die je luidkeels veroordeelden, volstrekt zonder enige kennis van zaken, of zich te hebben verdiept in wat er zich in mijn leven afspeelde dit moment. En dit zonder verder ook maar iets voor je te doen op het moment dat je in nood zat. Als je niet van kinderen houdt, dan moet je niet voor de klas gaan staan.

Een erg interessant boek om te lezen voor iedereen die iets te weten wil komen over de rechten en de positie van kinderen, dat ik zelf nu aan het lezen ben is  “It Takes a Village” van de Amerikaanse Presidentskandidaat Hillary Clinton “It Takes a Village” is de vertaling van een Afrikaans gezegde dat zegt wat onze kinderen zien voelen, leren en horen zal bepalen hoe ze opgroeien en wie ze later zullen worden. In het hoofdstuk “Every Child needs a Champion” wordt geschreven over positieve de rol die volwassen mensen kunnen hebben  in het leven van kinderen en adolescenten.

it takes a villageEen gedachte die als sinds decennia gemeengoed is binnen de Afrikaanse cultuur. In Lunyoro (Banyoro) is er een spreekwoord dat zegt “Omwana takulila nju emoi” waarvan de vertaling is “Een kind groeit niet op in een huishouden”, in Kihaya (Bahaya) is er een spreuk “Omwana taba womoi” die zegt “Een kind behoort niet tot een ouder of huishouden” in Kijita (Wajita) is er een gezegde “Omwana ni wa bhone” meaning regardless of a child’s biological parent(s) its upbringing belongs to the community. In Swahili betekent “Asiyefunzwa na mamae hufunzwa na ulimwengu” ongeveer hetzelfde.

“Natuurlijk hebben we kinderen nodig! Volwassenen hebben kinderen nodig in hun leven om naar te luisteren en voor te zorgen, hun fantasie levendig en hun harten jong te houden en om de toekomst een zaak te maken waar zij zich graag voor willen inzetten”

Vrij vertaald uit  Margaret Mead (Amerikaans antropologe) in het voorwoord van It takes a Village van Hillary Clinton

Door Saskia Troy

Deze blog is een vervolg op  Een Draak van een Kind en Alles van Waarde is Weerloos

saskiatroy.wordpress.com

SaskiaTroy